Persoonsgegevens

Deze vragen hoef je niet te beantwoorden als je het plan alleen voor jezelf maakt:

1. Wie ben je?

2. Waar woon je?

3. Waar en wanneer ben je geboren?

4. Ben je getrouwd/samenwonend met of zonder samenlevingscontract?

5. Heb je kinderen?

6. Welke opleidingen heb je afgerond?

7. Wat is je werkervaring?

Je motivatie en je doelen

Wat wil je bereiken en waarom? Dit is geen gemakkelijke vraag. Beantwoord hem aan de hand van één van de volgende twee opdrachten:

∙ Wat ziet een klant of een gewone voorbijganger over vijf jaar van jouw bedrijf (maximaal 200 woorden)? ∙ Schrijf een persbericht (maximaal 200 woorden) ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van je bedrijf.

Je sterke en zwakke kanten

Maak een overzicht van je sterke en minder sterke kanten.

8. Wat maakt jou tot de ondernemer die nodig is? 9. Waaruit blijkt dat je over die kwaliteiten beschikt? Maak een onderscheid tussen je vakinhoudelijke kwaliteiten en vaardigheden (skills) en je persoonlijke eigenschappen.

Vul de volgende tabel in

Kwaliteiten en vaardigheden Rapportcijfer Waaruit blijkt dat?

Redigeren 8 Ik heb een goed gevoel voor de techniek van het redigeren van teksten. Met plezier werk ik aan een ruwe tekst om deze korter en beter leesbaar te maken voor algemeen publiek. Al vier jaar lang redigeer ik de jaarverslagen voor grote opdrachtgevers als Ajax, Shell en Greenpeace.

…..

…..

…..

Persoonlijke

eigenschappen Rapportcijfer Waaruit blijkt dat?

Discipline 9 Deadlines kom ik altijd na. Klanten zijn altijd

zeer te spreken over de manier waarop ik afspraken nakom.

…..

…..

Ga met dit overzicht naar vier goede bekenden en liefst ook een zakelijk contact (of een oude werkgever). Vraag wat zij vinden van jouw kwaliteiten en eigenschappen. Luister goed naar hun feedback!

10. Aan welke eigenschappen moet je nog werken om ervoor te zorgen dat je bedrijf een succes wordt? Maak een lijstje met vaardigheden en eigenschappen waaraan je nog moet werken. Beschrijf wat je daartoe concreet onderneemt (denk aan cursussen, een stage, leeropdrachten,intervisie) en wat het beoogde resultaat is.

Marketingplan In je marketingplan vertaal je jouw visie op je dienst en je klanten in een concreet actieplan. Wat ga je doen om ervoor te zorgen dat je dienst inderdaad inspeelt op de behoefte van de klant? Wat ga je doen om de juiste klanten bij je dienst te zoeken? Wat ga je doen om de juiste klanten ervan te overtuigen dat jouw dienst precies is wat ze nodig hebben? Begin met het vaststellen van je dienstaanbod.

11. Is de dienst herkenbaar? Beschrijf je dienst zo concreet mogelijk. Maak er zo mogelijk producten van. Leg de beschrijving voor aan vier bekenden. Vraag ze wat zij denken bij jou te kunnen kopen na het lezen van de beschrijving. Klopt het antwoord met wat jij voor ogen hebt?

12. Is de dienst geloofwaardig?

Controleer of je niet te veel wilt of beoordeel of je de ambities die je hebt echt waar kunt maken. Maak een concrete planning voor het bereiken van je doelen. Is die planning haalbaar zonder dat je tachtig uur per week moet werken?

13. Is er behoefte aan jouw dienst of moet er nog iets bij? Veel startende ondernemers ontdekken eigenlijk pas al doende waar behoefte aan is. Maar een goed begin is het halve werk.

Vraag de vier bekenden aan welke dienst zij nog meer behoefte hebben en overweeg of hun suggesties een dienst van jouw bedrijf zouden kunnen zijn. Bepaal zo het doel en de focus van je bedrijf aan de hand van je dienstensamenstelling. Analyseer vervolgens de markt. Beantwoord de volgende vragen:

14. Beschikken potentiële klanten over genoeg geld om jouw dienst af te nemen?

15. Zijn er veel andere aanbieders met een vergelijkbare dienst?

16. Wie zijn je concurrenten? Ken je ze, heb je eerder met ze gewerkt of voor ze gewerkt, wat onderscheidt jou van je concurrenten?

17. Wil je maatwerk leveren of ga je voor een hoge omzet en standaardisatie?

18. Wil je veel personeel in dienst hebben of juist niet?

19. Waar zitten je klanten? Waar zit jij? Past dat? Kun je uitbreiden, heb je een milieuvergunning nodig, wat staat er in het bestemmingsplan?

20. Zijn je klanten gemakkelijk benaderbaar, ken je ze al, kennen zij jou, heb je eerder voor ze gewerkt, wat willen ze besteden voor jouw dienst, met wie doen ze nu zaken, waarom zouden ze voor jou kiezen?

Als je je dienst en markt hebt bepaald is het tijd voor de bedrijfsformule. De bedrijfsformule of elevator pitch geeft antwoord op de vraag: wat doe je precies?

Geef in honderd woorden antwoord op de vraag: “Wat leuk dat je voor jezelf begint. Wat doe je precies?” Het gereedschap Een elevator pitch maken kan je hierbij helpen.

Nu je voldoende weet over je dienst, je formule en de markt, ga je aan de slag met de marktingmix. Marketing draait om de behoeften in de markt. De marketingmix gaat in op de aspecten prijs, plaats, promotie en personeel.

Prijs

Stel aan de hand van de volgende vijf vragen je tarieven en prijzen vast voor de verschillende diensten:

21. Wat wil je verdienen?

22. Wat is de kostprijs van je dienst?

23. Wat zijn gangbare tarieven en prijzen in de markt?

24. Onderscheid je verschillende tarieven voor verschillende doelgroepen?

25. Doe je aan kortingen, acties? Zo ja, hoe vaak, wanneer?

Plaats Schrijf een paar alinea’s met eisen waaraan de huisvesting van je bedrijf moet voldoen. Beschrijf ook in hoeverre die al aan de volgende eisen voldoet.

26. Komen je klanten met het openbaar vervoer of met eigen vervoer?

27. Moeten er mogelijkheden zijn voor uitbreiding?

28. Heb je een dienst waar een vergunning voor nodig is?

29. Wat staat er in het bestemmingsplan?

30. Heb je bijzondere voorzieningen nodig?

Promotie

Maak een promotieplan. Beschrijf daarin hoe de genoemde promotiemiddelen moeten gaan bijdragen aan het succes van je bedrijf. Wees zo concreet mogelijk. Beantwoord de volgende vragen:

31. Hoe presenteer je je bedrijf naar de buitenwereld? Wat is de uitstraling? Neem als leiddraad je bedrijfsformule of je elevator pitch. 32. Reclame en publiciteit. Welke kanalen gebruik je, hoe vaak? 33. Hoe gaat je huisstijl eruit zien? Wie gaat hem ontwerpen? 34. Welke online activiteiten ga je inzetten? Wat zijn de eisen aan je website?

Personeel

Als jij als freelancer het enige personeelslid bent van je bedrijf, verwijs dan naar het hoofdstuk over je persoonlijke kwaliteiten. Maar als je personeel nodig hebt, beschrijf dan de volgende dingen:

35. Aan welke eisen moet je personeel voldoen?

36. Hoe ga je mensen werven?

37. Hoe zorg je dat ze wandelende uithangborden voor je onderneming zijn en blijven?

Maak een organisatieplaatje met alle personeelsleden die jouw bedrijf binnen een jaar zal tellen. Beschrijf hun opleidings- en vaardighedenniveau, hun profiel en het loopbaanpad dat jij ze kunt bieden. Hoe werf je dit personeel? Meer over carrière maken en profielen vind je op Carrièretijger.

Financieel plan

Het financieel plan bestaat uit een aantal deelplannen en overzichten. Vooral als je geld wilt lenen bij de bank of als je subsidie aanvraagt, moet dit onderdeel tot in de puntjes in orde zijn. Vraag eventueel advies aan een accountant.

Het doel van een financieel plan is om te weten te komen:

* Hoeveel je moet lenen.

* Of je aan je financiële verplichtingen kunt voldoen.

* Of je een redelijk inkomen overhoudt.

Investeringsplan

Het investeringsplan biedt een overzicht van wat je nodig hebt om de onderneming te kunnen beginnen en wat dat kost. Begroot niet te krap en houd rekening met onverwachte uitgaven.

Maak onderscheid in:

* Vaste activa: investeringen voor langere termijn, bijvoorbeeld bedrijfspand, machines, auto, enzovoort.

* Vlottende activa: middelen die op korte termijn in geld kunnen worden omgezet, bijvoorbeeld voorraad, liquide middelen, debiteuren.

* Openings- en aanloopkosten: promotiecampagne, levensonderhoud, opening van je bedrijf et cetera.

Vaste activa € …

Vlottende activa € …

Openings- en aanloopkosten € …

Totaal investeringen € …

Financieringsplan

In het financieringsplan zet je op een rijtje hoe je alle aanloopkosten wilt financieren. Dat kan met een lening bij de bank of met een lening van familie of bekenden (de “tante Agaathregeling”). Onderzoek ook de mogelijkheden voor subsidie. Beschrijf deze in je plan.

Het financieringsplan bevat grofweg twee posten:

* Eigen vermogen: geld dat je zelf bezit, zoals spaargeld en bedrijfsmiddelen die je reeds bezit.

* Vreemd vermogen: leningen en kredieten.

Let op: het bedrag voor het totaal vermogen moet gelijk zijn het bedrag voor het totaal aan investeringen uit het investeringsplan.

Vul de bedragen in die voor jouw bedrijf van toepassing zijn:

Eigen vermogen € …

Vreemd vermogen € …

Totaal vermogen € …

Exploitatiebegroting

In de exploitatiebegroting zet je de financiële verwachtingen op een rij. De rekensom is simpel: je winst is je omzet minus je kosten. Maar in die kosten moet je opnemen: belasting, aflossing en rente, eventuele herinvesteringen en je privé-uitgaven.

Vul de bedragen in die voor jouw bedrijf van toepassing zijn (alle bedragen exclusief btw):

Omzet € …

Inkoop (ingekochte goederen) € …

Bruto winst € …

Kosten € …

Netto winst € …

Privé-uitgaven

Van de netto winst moet je je privé-uitgaven betalen, en daarnaast inkomstenbelasting, verzekeringen en aflossingen. Daarom is de bank geïnteresseerd in de hoogte van je privé-uitgaven. Maar ook als je geen lening nodig hebt, is het belangrijk te weten wat je privé-uitgaven zijn. Je moet zeker weten dat je van de winst uit je onderneming kunt rondkomen. Wat zijn je vaste lasten en hoe royaal ben jij de eerste periode van plan te gaan leven? Wees realistisch over de vaste lasten en stel de zaken niet rooskleuriger voor dan ze zijn.

Vul de bedragen in die jij jaarlijks besteedt:

Huishouden, kleding etc. € …

Consumptiegoederen € …

Vakantie € …

Huur/hypotheek € …

Energie en water € …

Verzekeringen € …

Contributies € …

Auto/vervoerskosten € …

Afbetalingen € …

Overig € …

Totaal privé-uitgaven € …

Maak ook een overzicht van je privé-inkomsten, indien van toepassing:

Kinderbijslag € …

Inkomen partner € …

Overige inkomsten € …

Totaal privé-inkomsten € …

Liquiditeitsbegroting

Deze begroting maakt duidelijk hoe je maandelijks met je geld uitkomt. Zeker als je maar weinig opdrachten hebt maar wel vaak rekeningen krijgt, moet je goed voor ogen hebben hoe je die rekeningen gaat betalen terwijl je inkomsten nog even op zich laten wachten. Maak voor iedere maand of ieder kwartaal een overzicht.

Vul de bedragen per kwartaal in die voor jouw bedrijf gelden:

1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Ontvangsten € … € … € … € …

Ontvangsten

debiteuren € … € … € … € …

Renteopbrengsten € … € … € … € …

Nieuw vermogen € … € … € … € …

Totaal

ontvangsten € … € … € … € …

Uitgaven € … € … € … € …

Af te dragen btw € … € … € … € …

Te betalen

crediteuren € … € … € … € …

Salarissen € … € … € … € …

Aflossing langlopende schulden € … € … € … € …

Rentekosten € … € … € … € …

Saldo € … € … € … € …

Organisatie

In dit hoofdstuk beschrijf je een aantal elementen die voor de organisatie van je bedrijf van belang zijn. 38. Bepaal welke rechtsvorm je bedrijf heeft: een eenmanszaak, een VOF of een BV? 39. Welke verzekeringen zijn voor jouw bedrijf van belang? Denk aan aansprakelijkheid, arbeidsongeschiktheid, pensioenvoorziening, rechtsbijstand et cetera. 40. Wie gaat je administratie en belastingaangiften verzorgen? Wat doe je zelf en wat besteed je uit?

41. Heb je bepaalde vergunningen nodig? 42. Hanteer je algemene voorwaarden? Wie gaat die maken en controleren?

Samenvatting

Tot slot schrijf je de samenvatting. Let op: dit wordt uiteindelijk hoofdstuk 1 van je ondernemingsplan. Het moet de lezer (vaak de bank!) overtuigen om verder te lezen. 43. Wat ga je aanbieden?

Beschrijf je dienst.

44. Voor welke markt?

De beoogde klanten zijn…

45. Wat is je bedrijfsformule?

Geef in honderd woorden antwoord op de vraag: “Wat leuk dat je voor jezelf begint. Wat doe je precies?” Gebruik hiervoor het gereedschap een elevator pitch maken.

46. Wat onderscheidt jouw dienst van andere diensten op de markt?

Mijn dienst is bijzonder omdat …

47. Hoe ga je het aanpakken?

Geef op beknopte wijze je marketingactiviteiten weer.

De samenvatting moet kort zijn: liever tien zinnen dan vijftig. Lees de antwoorden op de vorige vragen nog eens goed en schrijf op basis daarvan een

samenvatting van hooguit 500 woorden. Gebruik actief taalgebruik. Beschrijf je idee in grote lijnen, maar wel duidelijk en concreet.